Het Sanatorium Joseph Lemaire Te Overijse-Tombeek
Tombeekheide en de Legende van Keizer-Karel
De “Heyde van Tombeek” is gelegen op 85 meter boven de zeespiegel.
Ze kijkt neer op de lanevallei.
Ze is 33 ha 49 a 40 ca groot.
Het is gelegen op 20km afstand van de Hoofdstad.
Het terrein behoorde voor de aankoop door de socialistische verzekeringsmaatschappij “La Prevoyance Sociale”(PS) toe aan de bevolking van Tombeek.
Tombeekheide is een schenking van Keizer Karel aan de bevolking van Tombeek.
Bij zijn doortocht in 1531 reedt hij vast in de Lane rivier.
De toenmalige bewoners hebben zijn kar uit de modder getrokken. Ter bedanking schonk de keizer het plateau van Tombeekheide aan de bevolking.
Op 15 juli 1934 liet de gemeente het domein openbaar verkopen.
Dit gebeurde met instemming van de bewoners na een volksraadpleging in 1926.
De PS had het hoogste bod, dit tot groot ongenoegen van de gemeente en de kerk, die de voorkeur hadden voor een klooster.
Zo begon een verhaal van 50 jaar ‘Sana’, zoals de bewoners zeggen, in Tombeek.
De gemeente Overijse betaalt ieder jaar, rond het tweede weekend van januari, de rente opbrengsten (150fr) van de verkoop van Tombeekheide uit aan de gezinshoofden van het gehucht Tombeek.
Dit is een jaarlijkse folklorische gebeurtenis in Tombeek.
Fernand Brunfaut
Hij was architect. Hij is geboren te Anseremme op 7 juli 1886 en overleed te Brussel op 12 februari 1972.
Vader Brunfaut zetelde voor de BWP (Belgische Werklieden Partij) en later BSP (Belgische Socialistische Partij) ook in de Brusselse Gemeenteraad.
Hij was volksvertegenwoordiger voor de Belgische Werklieden Partij, dit vanaf 1925.
Van zijn hand is ook de wet “Brunfaut” uit 1949.
Deze wet regelt de sociale woningbouw in ons land.
Zijn stages doorliep hij bij E. Hellemans en Victor Horta.
Later studeerde hij nog sociologie aan de universiteit.
In de jaren 20 bouwt hij het Volkshuis van Dinant (1922) en Willebroek (1923).
Vanaf 1930 associeert hij zich met zijn zoon Maxime.
Samen bouwen ze de redactielokalen van de “Vooruit” te Gent en “Le Peuple ” te Brussel.
Ze werken ook samen voor het Sanatorium Joseph Lemaire.
Velen denken dat het alleen is ontworpen door zijn zoon Maxime, maar dit is niet zo.
Vanaf 1935 speelt hij een actieve rol voor de Noord-Zuid verbinding.
In 1947 neemt hij zelfs het voorzitterschap over van deze commissie.
Het is ook niet toevallig dat zijn zoon de opdracht van het Centraal Station doorgeschoven krijgt van Horta.
Maxime Brunfaut
Hij is geboren te Schaarbeek de 23ste mei 1909.
Hij studeert van 1925 tot 1929 Architectuur aan de “Academie des Beaux-Arts” te Brussel, waar hij les krijgt van Victor Horta.
Zoals bij zijn vader wordt Horta ook zijn stagemeester.
Van 1931 tot 1937 werkt hij samen met zijn vader Fernand Brunfaut.
Hiermee realiseert hij de redactiegebouwen, gelegen in de zandstraat tegenover het stripmuseum, van het dagblad “Le Peuple” te Brussel (1931) en het Sanatorium te Tombeek, dat was zijn eerste grote opdracht.
Voor de oorlog begint hij met zijn leermeester Victor Horta aan het ontwerp voor het Centraal Station te Brussel.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vlucht hij naar Frankrijk.
Na de oorlog neemt hij het ontwerp over van Victor Horta voor het Centraal Station.
Verder bouwt hij ook nog de gebouwen van de luchthaven van Zaventem (1955), het treinstation Congres te Brussel, het Sabena gebouw te Brussel (1952).
Hij wordt ook nog de architect voor “La Société Coopérative Germinal”.
Hij ontwerpt voor hen 260 sociale woningen, het zwembad van Kessel-lo (1956 - 1958) en een middelbare school te Laken (1951).
Het Sanatorium Joseph Lemaire
Het was de bedoeling om een sanatorium te maken voor 150 mannelijke TBC patiënten.
Later hoopte men er nog een sanatorium voor kinderen te bouwen.
Het is bij dromen gebleven.
Het terrein dat gelegen was in het midden van een natuurgebied voldeed hier perfect aan.
Het lag volgens de PS in “één der parels van Waalsch-Brabant, deze miskende streek waar men de gezondste lucht ter wereld inademt.”
Dat het nog in Vlaanderen lag hadden ze tot op het einde van de exploitatie van het sanatorium niet altijd door.
De voorstudie was begonnen in oktober 1933.
Tijdens deze periode werd de problematiek van de sanatoria zowel vanuit medisch, technisch en architecturaal oogpunt bestudeerd.
Uiteindelijk zou een modelinrichting worden gerealiseerd die in medische en in architectuurkringen als dusdanig werd erkend.
De eerste steen werd gelegd onder het toeziend oog van de raad van beheer van de PS op 10 augustus 1936 door de Minister van gezondheid Bouchery.
Dat heeft een grote weerklank gehad in de nationale pers.
Nu moest de hoogdag nog komen van de inhuldiging.
Dit geschiedde op 30 september 1937.
Dit vond plaats onder internationale pers en politieke belangstelling.
Het was niet voor niets een modelinrichting voor TBC patiënten.
De volgende dag hield de PS er een feest ter gelegenheid hun socialistische feestdag op 1 oktober.
De PS vierde er zijn dertigste verjaardag.
Het personeel was voor een groot gedeelte afkomstig uit gehucht Tombeek en zoals het past in het socialistisch werk werden ze meer uitbetaald dan hun collega in andere privé-instellingen.
De eerste werkingsjaren klaagt de PS dat de patiënten niet de voorziene verzorgingsduur blijven.
Er worden redenen gezocht gaande van geen vertrouwen in de lange duur van de kuur tot de slechte economische toestand eind jaren dertig.
Na de oorlog veranderde de genezing van TBC aanzienlijk.
Dit werd dan ook gedaan in het sanatorium door nog kortere verblijfperioden en door nieuwere medicatie toe te dienen.
Tijdens de oorlog was het sanatorium ter beschikking van het Rode Kruis.
Dit had heel wat voeten in de aarde want er mochten allen maar burgers verzorgd worden.
Ook hebben de Engelsen de eerste maanden iedereen weggestuurd uit het sanatorium. Dit omdat het dak strategisch was voor een uitzicht op de omgeving.
Tijdens de oorlog is de capaciteit van de bedden opgetrokken tot 235 eenheden.
Dit zou niet meer veranderen tot aan zijn sluiting in 1987.
Het gebouw heeft ook in de literatuur geschiedenis geschreven. Auteur Eric De Cuyper schrijft in “De hoed van tante Jeannot” ‘Zijn vader lag begraven op het kerkhof van een heel klein dorpje: een paar huisje rond een kerk.
Verderop, boven op een heuvel, lag het sanatorium waar zijn vader een paar maanden na zijn geboorte overleden was.’
, het sanatorium van Tombeek.
Bron : Vjo